Vorige week donderdag was het groot feest, want… Le Beaujolais nouveau est arrivé! En feest was het zeker. Alle restaurants hingen vol met vlaggetjes en posters, aan de deur een kraampje met proevertjes, en de obers en serveuses droegen grappige rieten hoedjes, allemaal om aan te duiden dat ie er was, de primeur.
Nu, om eerlijk te zijn, ik kende het concept eigenlijk niet. Uiteraard kende ik wel de wijn, maar de traditie? Nope, nog nooit van gehoord. Ik had er geen idee van dat er zoveel te doen was rond die derde donderdag van november. En ik moet zowat de enige op deze aardbol zijn, want blijkt dat diezelfde nacht nog karrenvrachten vol van het goedje naar alle einden van de wereld wordt gevlogen. Vooral de Japanners zijn er wild van.Die donderdagmiddag was ik met mijn college Laurence op stap, en we gingen snel een hapje eten. Toen we een retaurantje wilden binnenstappen, werden we tegengehouden door een wild-enthousiaste (dronken?) man met een hoedje, die ons de eerste slok Beaujolais 2008 aanbood. Ik moet waarschijnlijk nogal vreemd hebben gekeken, want de man had al snel door dat ik er geen snars van begreep, en begon – nog enthousiaster dan hij al was – in geuren en kleuren te vertellen over de Beaujolais, Georges Dubœf, over de wijn van de eerste persing, z’n paars-roze kleur, en z’n fruitige maar lichte afdronk. Omdat ik de man niet wilde teleurstellen, accepteerde ik dan ook een mini-glaasje om eens te proeven.
Voorzichtig nipte ik van mijn bekertje en hield de wijn even in mijn mond om goed te kunnen proeven… (Oh mon Dieu, waar kan ik dit uitspuwen? Nee Roselyne, uitspuwen is niet erg beleefd. Doorslikken die handel!) …SLIK… “En??” De man keek me vol verwachting aan. “Beetje zuur,” zei ik met een citroengezicht (ondertussen diezelfde slok voor de derde keer doorslikkende). “Oh,” zei hij, toch wel licht teleurgesteld. “Ja, een beetje zurig is hij natuurlijk wel. Maar vind je hem niet licht en fris smaken?” Half verontschuldigend haalde ik mijn schouders op, en sleurde Laurence snel mee naar binnen, om me uit deze genante situatie te bevrijden.Toen we dan uiteindelijk aan onze tafel zaten, kwam er ditmaal een vrolijk meisje met een hoedje, en een fles in de hand naar ons toe. “Een glaasje Beaujolais voor de dames?” Wanhopig keek ik naar Laurence. Ik wilde kost wat kost verdere rampen vermijden. “Nee dankje,” zei ze snel. “Wij zijn bij de AA.”
(Kreun…)
1 opmerking:
Le beaujolais nouveau … de primeur zoals ze hier zeggen…
Het wil lukken: het gaat over eten of drinken en daar reageer ik, maar ja, zelfs in tijden van dieet moet een mens zijn hobby af en toe een kans geven. Kwestie van het niet te verleren.
Ik vond je confrontatie met de beaujolais nouveau grappig maar spijtig. Waarschijnlijk ben je een beetje beïnvloed geweest door de gekte er rond.
Ik wil niet beweren dat de primeur nu echt zo’n hoogstandje is: het is inderdaad zwaar overroepen, maar toch heeft het iets speciaals zeg maar iets unieks.
Ook ik kijk er elk jaar naar uit om een flesje (ééntje maar) beaujolais nouveau aan te schaffen. Hier is er hoegenaamd geen gekte rond, want dit jaar moest ik er werkelijk om vragen in de winkel, en ja … ze waren de flessen vergeten uit het magazijn te halen.
De hele voorraad werd meteen uitgehaald (2 kartons van 12) en mij meteen volledig aangeboden.
“Neen, één fles is voldoende, dank u!”
De wijn is nu zowat op zijn juiste temperatuur (12 tot 14 graden), ik schenk een eerste glaasje uit. Het klokt aanlokkelijk. Bekijk het edele vocht naar het licht – rood naar het paarsige af – dat belooft. Nu even walsen in het glas en kijken hoe hij aftraant langs de wanden – droog genoeg voor een piepjong wijntje – en laat mijn welgevormd reukorgaan in het tulpglas verdwijnen. De vrijgekomen aroma’s van het walsen dringen mijn neusgaten binnen en geven een zeer fruitige geur. En dan … voorzichtig een klein slokje over mijn tong laten rollen, de alcohol er even uitslurpen en langzaam naar achter laten gaan, iedere smaakpapil ontdekt een ander aspect van deze wijn. Een mens heeft spijt dat hij het teugje uiteindelijk moet doorslikken, maar geen nood er is nog in het glas.
Bij het uitademen langs de neus walmt de fruitige afdronk nog even over mijn smaak- en reukorgaan. Lekker lekker.
Spijtig dat ik geen “village” heb te pakken gekregen, is normaal nog wat fruitiger.
Wat is er dan zo speciaal aan deze wijn?
Eerst is er de specifieke Gamay druif die enkel in de beaujolais mag gebruikt worden. Verder is er het zeer aparte vinificatieproces waarbij de alcohol reeds in de druif wordt geproduceerd voor ze uiteindelijk openbarst die het zo bijzonder maakt. Daardoor is de wijn zo jong drinkbaar en nog heel fruitig. Dit maakt hem ook niet echt bewaarbaar. Beaujolais is geen bewaarwijn.
Terug naar jouw verhaal terwijl ik nog eens aan mijn glas nip – kreun.
Ik stel vast in welke carnavalsfeer en onder welke omstandigheden ze jou hebben laten proeven. Om te beginnen waarschijnlijk te warm uit een fles die al een paar uur in de blakende zon stond. Als ik lees van een bekertje (waarschijnlijk zo’n wit plastieken) dan gaat mijn haar rechtop staan: hoe kan je nu kleur en geur beoordelen, hoe zie je hem al dan niet aftranen en als je dan gaat drinken moet je oppassen dat je het recipiënt niet plat knijpt en zo de hele handel over je kleren krijgt.
Oh wat een barbarisme in een departement van het land van Molière. Geen wonder dat het je tegenvalt.
Als je nog eens afkomt zullen we samen een lekkere fles degusteren.
Lieve groetjes van je
UIL en SPIEGEL
Een reactie posten